2. GELD,

WAT IS DAT EIGENLIJK?


Hoe verschillend je geld kunt opvatten, en vooral hoe raar je ermee kunt omgaan, bleek wel toen Hanneke en ik de opdracht uit het vorige hoofdstuk hadden gemaakt. We voerden al zo’n twintig jaar een gezamenlijk huishouden en ik schreef er toen het volgende over:

We zijn tweeverdieners en onze kinderen wonen sinds een paar jaar zelfstandig. Al die tijd hebben we onze persoonlijke financiën strikt gescheiden gehouden. Hanneke zei, toen we plannen maakten om te gaan samenwonen: 'Ik wil wel het huis, het bed en de opvoeding van de kinderen met je delen, maar de portemonnee niet!’Daar had ze goede redenen voor. Ik kwam altijd geld te kort, ondanks mijn redelijke inkomen. Aan het begin van de maand betaalde ik aan deze en gene het in de afgelopen maand geleende geld terug. Ook alle rekeningen werden betaald. Dat had tot gevolg dat ik vaak na een week of twee alweer op zwart zaad zat en opnieuw geld moest lenen. Spaargeld had ik nieten ik stond meestal negatief op mijn girorekening. Daarvoor betaalde ik

een flinke rente, overigens zonder dat ik me dat echt realiseerde. Hanneke had haar financiële zaken beter op een rijtje. Ze verdiende minder, maar hield toch altijd wat over en had zodoende een aardig appeltje voor de dorst. Ze had gelijk om de financiën niet te willen delen. Ik zou in staat zijn geweest haar spaargeld er in korte tijd doorheen te jagen. Dat gedrag kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Hanneke en ik zijn heel verschillend opgevoed, ook op het gebied van geld. Hanneke’s vader was bloemist/hovenier en zijn gezin had het tijdens de oorlog, maar ook in de jaren erna, niet breed. De kinderen kwamen niet echt te kort, maar door de geringe inkomsten uit de zaak moest er toch altijd ‘op de kleintjes’ gelet worden in het gezin met vier kinderen. Hanneke’s moeder nam daarom ook haar beroep van onderwijzeres weer op.

Mijn ouders ging het financieel veel beter. Mijn vader vond kort na de oorlog werk bij een grote internationale firma en klom daar op tot een hoge commerciële functie met het vooruitzicht op een directiebaan in het buitenland. Ook mijn grootouders van moederszijde, waar we bijna naast woonden, hadden het financieel goed: de eerste auto in de straat, de eerste televisie, vakanties in het buitenland. Als kind heb ik heel weinig over geld horen praten of er direct mee te maken gehad. We hadden alles wat ons hartje begeerde. Het leek nooit op te kunnen. Vooral in mijn puberteit, toen mijn vader inmiddels de geambieerde directeursfunctie had, leken de bomen helemaal tot in de hemel te groeien. Een kast van een huis buiten Parijs, personeel, auto met chauffeur en op vakantie in dure hotels aan de Rivièra. Leren omgaan met geld kwam niet aan de orde, het was er gewoon.

De bomen groeiden echter niet tot in de hemel. Na jaren bleek mijn vader de financiële vrijheid die zijn functie bood niet te hebben aangekund. Hij had schulden opgebouwd. Het werd net geen faillissement, maar het eindresultaat was wel dat we met het gezin alle luxe vaarwel moesten zeggen en verhuizen naar twee huurkamertjes in Den Haag. Al snel ben ik toen zelfstandig gaan wonen. En zonder er nu echt over te hebben nagedacht heb ik me tot zo’n vijftien jaar daarna verre gehouden van geld, carrière en alles wat daarmee te maken heeft. Ik wilde gewoon niets met geld te maken hebben en slaagde daarin steeds wonderwel door mijn geld zo snel mogelijk uiten weg te geven. Af en toe moest ik wel wat van Hanneke lenen, maar dat moest dan maar.

Toen we beiden uitrekenden hoeveel we hadden verdiend in ons hele leven, was het resultaat verrassend. Hanneke had tot haar 51ste ongeveer één miljoen gulden verdiend en ik ‘maar’ iets meer. Terwijl ik altijd het

idee had dat ik veel meer verdiende. Dat kwam doordat ik weliswaar gedurende langere periodes veel verdiend had, maar er ook tijden waren geweest dat ik een eigen bedrijf had en bijna niets verdiende. Hanneke echter had steeds betaalde banen gehad, en al die jaren was er weinig schommeling in inkomen geweest. Door de verkoop van een huis en door schenkingen van haar ouders had ze daarnaast ook andere inkomsten. Dat was er bij mij niet bij.

Ook bij het opmaken van de balans waren de resultaten anders dan verwacht. Ik wilde bij mijn overlijden absoluut geen schulden nalaten. Daar heb ik ook steeds - zo goed en zo kwaad als het ging - voor gezorgd. Regelmatig maakte ik een vage hoofdrekensom of er voldoende over zou zijn na mijn begrafenis om eventuele schulden en verplichtingen na te komen, zodat mijn erfgenamen daar niet mee opgezadeld zouden worden. Dat had een reden. Toen mijn vader overleed, erfden mijn zus en ik de schulden die hij op dat moment nog had. We hebben die ‘erfenis’overigens geweigerd, dat kan gelukkig. Toch bleken mijn pogingen om op nul uit te komen niet geheel geslaagd. Ik was veel meer ‘waard’. Tot mijn verbazing kwam uit mijn balans namelijk een positief saldo van een (voor mij) aanzienlijk bedrag. Hanneke had weliswaar meer dan het dubbele aan eigen vermogen, maar ik heb toch een paar weken heel vrolijk rondgelopen.

Iets anders wat we ons beiden realiseerden door stap 1, was dat ik nog veel meer had kunnen sparen. Via een eenvoudig rekenprogrammaatje in de computer is dat na te gaan. Als ik tot mijn vijftigste een miljoen heb verdiend, en als ik daarvan vanaf mijn twintigste steeds tien procent opzij had gezet, dan zou ik - met een gemiddeld rendement (zes procent) - nu een kapitaal van een kwart miljoen hebben. Zover had ik het niet gebracht. Het heeft weinig zin om daar lang over te treuren. Maar ik realiseer me goed dat ik de komende jaren welga profiteren van dat ‘rente op rente’-effect.

Nadenken over geld

Als je stap i hebt gedaan, is je leven op een bepaalde manier aan je voorbijgegaan. Je bent je hopelijk wat bewuster van de hoeveelheid geld die er door je handen is gegaan en hoe je dat verdiend hebt. En je weet wat er nu nog van over is, in materiële zin althans. Maar weet je nu wat geld is?

Als we echt greep op geld willen krijgen, zullen we er een goede omschrijving van moeten hebben. Het is aardig om er zelf eens over na te

denken, voordat je verder leest. Wat is voor jou een goede definitie van geld? Schrijf deze zo helder mogelijk op. Dat is de moeite waard.

Dat blijkt niet zo eenvoudig. We praten veel over geld, maar als je goed luistert merk je dat het niet over geld zelf gaat, maar wat je ermee kunt doen: verdienen, sparen, uitgeven, belasting betalen, een pensioenvoorziening opbouwen. Maar wat is geld? Is het dat stukje papier dat je uit je portemonnee haalt, met die fraaie afbeeldingen erop? Mijn vader heeft me dat vroeger al duidelijk gemaakt. Hij pakte een biljet van tien gulden, dat was in die dagen een flink bedrag voor mij, en zei: ‘Geld op zichzelf is niets, een stukje papier,’ en hij scheurde het twee keer doormidden. Hij heeft die stukken waarschijnlijk later weer aan elkaar geplakt, maar het maakte een diepe indruk op me. Als we willen weten wat geld is, heeft het geen zin naar papiertjes of munten te kijken en daar de definitie aan te ontlenen. De vraag hier is wat geld in meer algemene zin is. Daarbij kun je verschillende invalshoeken kiezen.

Geld, in de praktijk van alledag Zelfs op het praktische niveau is geld niet alleen ‘biljetten en munten’, maar alle transacties die we dagelijks, van de wieg tot het graf, vele malen aangaan en ondergaan. Van ons eerste zakgeld, waarvan een deel misschien in een spaarpotje verdween, tot het nemen van een begrafenisverzekering of het kopen van een graf. Geld speelt een rol bij het vinden van een baan, en het streven naar een beter inkomen zodra je een baan hebt. Maar het heeft ook te maken met alle andere transacties in het leven van alledag. In de eerste plaats winkelen en boodschappen doen, maar ook al het andere dat je koopt. Zo leer je in de praktijk om te gaan met geld. Door een bank te kiezen, door verzekeringen af te sluiten, door je belastingbiljet zo gunstig mogelijk in te vullen, door een betaalpas te nemen, een spaarrekening of een salarisrekening. Door een huis te huren of een hypotheek te nemen, door de aanschaf van een fiets of een auto. En misschien door koopsommen aan te schaffen of aandelen te kopen en te verkopen, of door geld te schenken aan goede doelen. Bij bijna al die transacties speelt op de achtergrond, zonder dat we ons daar zo bewust van zijn, de gedachte: hoe meer geld, hoe beter.

Vooral als zich problemen voordoen - en die doen zich op het praktische niveau maar al te vaak voor - vallen we terug op die gedachte. Op dat moment denk je: ‘Had ik maar wat meer geld.’ Als we geld te kort komen, gaan we harder werken, we lenen het, we bedelen erom of we stelen het misschien zelfs, als we maar meer hebben. Dat lijkt ook zo logisch. Maar in veel gevallen blijkt meer helemaal niet beter te zijn. Het is natuurlijk belangrijk dat je je problemen oplost, maar die ene standaardoplossing van ‘meer geld’ is echt te beperkt.

Zo was mijn oplossing voor mijn maandelijkse geldgebrek om maar weer te lenen of rood te staan. Nu ik dat niet meer doe, kan ik bijna niet begrijpen hoe ik al die jaren zo stom ben geweest om duizenden guldens rente te betalen aan banken en vrienden die me voor de zoveelste keer uit de nood wilden helpen. Van al die centen zie ik nooit meer iets terug en wat een tijd heeft het me gekost en vervelende situaties opgeleverd. Nee, wat lessen op dit gebied hadden me geen kwaad gedaan. Toch is het vreemd, want die paar korte lessen zouden waarschijnlijk al enorm geholpen hebben. Toch geven we ze onze kinderen ook niet. Zit er dan misschien meer aan dat geld vast dan alleen de praktische kant? En hebben we er daarom zoveel moeite mee om er gewoon over te praten en na te denken?

Geld, wat het ons doet Als we wat meer afstand nemen van die dagelijkse transacties komen we terecht bij wat geld voor ons op een iets dieper niveau betekent en wat voor gevoelens het ons geeft. Het gaat er nu niet meer om wat je met geld doet, maar hoe je het doet en wat het je doet. Ben je impulsief met geld of juist voorzichtig? Wil je steeds maar meer of kan het je allemaal niets schelen? Geef je veel weg of wil je juist alles voor jezelf houden? Maak je je zorgen om geld? Kom je altijd te kort en wil je dat liever niet weten?

Neem de tijd om rustig na te gaan hoe je ten opzichte van geld staat en wat voor gevoelens het je geeft. Je opvoeding is daarvoor een goede ingang. Hoe is het allemaal begonnen en wat heb je ervan overgehouden? Daarbij kun je je allerlei vragen stellen. Kom je uit een rijk of een arm gezin of was het gemiddeld? Werd er openlijk over geld gepraat of kon dat juist helemaal niet? Kreeg je zomaar zakgeld of moest je er klusjes voor doen? Voelde je je verschillend van je vriendjes omdat zij meer of minder geld hadden? Wie ging er thuis over het geld en hoe voelde dat? Was er genoeg geld om te kopen wat jullie nodig hadden? Als er door je ouders nee gezegd werd tegen een wens van jou, was het dan om het geld of om iets anders? Werd geld in het gezin in verband gebracht met belonen en straffen; waren er ruzies over? Wat heb je geleerd over geld in je gezin van herkomst? Hebben je ouders je iets duidelijk gemaakt op dat gebied en wat is dat precies? In wat we tijdens onze opvoeding hebben meegekregen over geld zitten vaak diepere betekenissen verborgen. Ideeën over geld die ons gedrag beïnvloeden. Ook als we die ideeën rationeel afwijzen, zou het wel eens kunnen zijn dat ze nu nog een rol spelen.

Een van die betekenissen is geld als veiligheid: een schild tussen de kwetsbare eigen situatie en de boze buitenwereld. Voor veel mensen is geld vooral veiligheid. Daar zit ook wel wat in. Geld kan ervoor zorgen dat je te eten hebt, dat je een dak boven je hoofd hebt, goed gekleed bent, en dat geeft een veilig gevoel. Als we verder gaan dan de basisbehoeften geeft geld echter weinig extra zekerheid. Het bezit van een auto of luxe op vakantie gaan kost veel, maar verhoogt eerder de risico’s die je loopt. Als je veel geld en bezittingen hebt wordt je leven in bepaalde opzichten juist onveiliger. Als je onverhoopt bestolen wordt van je geld of mooie spullen realiseer je je dat bezit ook een bedreiging kan zijn. Je bent juist extra aantrekkelijk voor dieven en inbrekers.

Geld kan ook een gevoel van macht geven. Je kunt er de zaken mee naar je hand zetten en mensen laten doen wat je wilt. Je kunt gaan en staan waar je wilt. Maar als geld macht is, hoe is het dan te verklaren dat grote sociale veranderingen soms geheel zonder geld gerealiseerd zijn? Dat is bijvoorbeeld de macht die Gandhi ‘satyagraha’ noemde: burgerlijk verzet. Daartegen was alle geld en geweld van de Engelsen niet opgewassen. Dat is dezelfde kracht die Martin Luther King mobiliseerde in het aan de orde stellen van de rassendiscriminatie in de Verenigde Staten. Of de macht van de mensen die ervoor zorgden dat Kalkar nooit in bedrijf kwam, of dat de Brent Spar niet werd afgezonken door Shell. De macht van geld is makkelijk te overschatten, er is vaak meer dan geld alleen nodig om dingen voor elkaar te krijgen.

Geld wordt ook gebruikt om contact of zelfs vriendschap te‘kopen’. We willen allemaal ergens bijhoren, dat is een diepe behoefte. Buitengesloten zijn geeft een rotgevoel. Natuurlijk weten we het wel: vriendschap is niet te koop. Toch speelt de reclame gretig in op onze behoefte aan erkenning. Er is onnoemelijk veel te koop om je het gevoel te geven dat je echt bij de groep hoort, of het nu poeder voor zweetvoeten is, een Laura Ashley-jurk of een bepaald merk auto. Voor je het weet ben je daar het slachtoffer van, want als je door kopen ergens bij wilt horen, zal je moeten blijven kopen. Gekochte liefde duurt altijd maar kort.

Geld kan dus overschat worden, en dat gebeurt maar al te vaak. Het tegenovergestelde komt ook voor: geld dat gezien wordt als de bron van alle kwaad. Waar het vooral om gaat, is dat je nagaat wat geld voor jou persoonlijk betekent. Erover nadenken helpt. Erover praten is nog beter, vooral met de mensen met wie je je huishouden deelt of met wie je regelmatig ‘geld’-zaken doet. Meer inzicht op dit gebied kan helpen om je dagelijkse geldproblemen en gedrag te begrijpen en te veranderen als dat nodig is.

Geld als ruilmiddel Tot nu toe is duidelijk dat geld op zich weinig tot geen betekenis heeft. Met geld moet je iets doen. Geld is een ruilmiddel. Je kunt er weliswaar niet alles voor ruilen, maar wel heel veel. Daarom is geld een uitkomst, al meer dan vierduizend jaar. Toen de mensen steeds meer konden verbouwen, maken en produceren, en er meer voorraden ontstonden, kwam er behoefte aan een neutraal ruilmiddel. Toen mensen steeds meer zaken wilden ruilen werd het te ingewikkeld en is het geld ‘uitgevonden’. En het is een handige uitvinding, omdat je geld veel langer kunt bewaren dan bijvoorbeeld graan. Wil zo’n geldsysteem een beetje werken, dan veronderstelt het wel een hoop afspraken en vertrouwen tussen de mensen, en stabiliteit. Als je niet zeker wist dat je met je geld weer spullen kan aanschaffen, zou je het niet aannemen en zou je je liever laten ‘betalen’ met iets waar je direct wat aan hebt. Geld is een soort opslagplaats voor waarde en omdat het die afgesproken waarde heeft kun je ermee ruilen.

Maar in de huidige tijd is het geldsysteem meer dan alleen een handig ruilmiddel, het is een eigen leven gaan leiden. Economen, politici, wij allemaal hebben dat ruilen, en de waarde waar geld voor staat, tot een allesoverheersend systeem ontwikkeld. Een systeem, de economie, die een niet te onderschatten invloed op ons denken uitoefent. We doen iets, of juist niet, omdat het goed of slecht is ‘voor de economie’. En met de economie is ook onverbrekelijk het idee van groei verbonden: meer, steeds meer. Want de economie moet nu eenmaal groeien. Het Bruto Nationaal Product moet groeien en de koopkracht en het Nationaal Inkomen, anders hebben we weer een recessie. Eigenlijk is groei alleen nog niet goed genoeg. Als onze economie ‘maar’ één procent of minder per jaar groeit, spreken we al van een recessie. We groeien weliswaar, maar niet genoeg, want drie è vier procent is het minimum, vinden we.

De economie levert het inzicht dat geld een handig ruilmiddel is, maar veel van wat de economie verder ‘vertelt’ is twijfelachtig aan het worden. Sommigen spreken al niet meer van de economie, maar van de ‘zeepbe-leconomie’, omdat de voortgaande fixatie op groei geen echte welvaart meer oplevert. Dat bijvoorbeeld de economische activiteit die door milieuvervuiling ontstaat ‘meetelt’ als economische groei, toont aan hoe weinig de economie nog te maken heeft met de werkelijkheid van alledag. Het groeidenken heeft ook een funeste uitwerking op de verdeling van welvaart tussen volkeren. Onze hele cultuur is ervan doortrokken. Alles lijkt afgemeten te moeten worden aan wie het meeste heeft. Als onze buurman een nieuwe auto heeft voelen we ons de mindere, omdat de zijne nieuwer of duurder is. Maar ieder gezond denkend mens weet dat het gewoon niet mogelijk is dat alle wereldbewoners zulke overconsumenten worden als wij.

Geld als levensenergie

Toch is de vraag wat geld is nog niet helemaal beantwoord. Laten we eens nadenken over wat geld echt voor ons betekent, wat het met ons eigen leven te maken heeft. Daarvoor hoeven we niet te rade te gaan bij anderen, maar kunnen we putten uit eigen ervaring. Bij alle opvattingen die we tot nu toe besproken hebben maken we dezelfde fout. We behandelen geld als iets dat buiten ons staat en een zekere macht over ons uitoefent, ons iets geeft. Het is iets dat we af en toe wél en af en toe niet hebben. We doen ons best het te verwerven en we koppelen ons gevoel van veiligheid, macht, aanvaarding, eigenwaarde en geluk eraan. Geld heeft de 'leiding’ en wij volgen. Hoe kunnen we daaraan ontkomen?

We kunnen ook een omschrijving gaan hanteren die geld weer ‘op zijn plaats’ zet. Die ons de macht over het geld teruggeeft. Dan is geld datgene, waarvoor wij onze levensenergie ruilen, of liever nog: willen ruilen. Geld is niet zomaar een ruilmiddel. Hoe we het ook verwerven of uitgeven, steeds is het verbonden met de levensenergie van andere mensen en/of onszelf. In de afbeelding wordt dat verduidelijkt.

De kringloop van levensenergie en geld

Aan de linkerzijde zien we de ruil van onze energie tegen het ‘geld van de wereld’. Als we ergens werken, of het nu een baan is of een project of als zelfstandige, dan ‘geven’ we onze levensenergie aan die baan, werkgever of dat project. We geven een deel van de portie energie en tijd die we hier op aarde tot onze beschikking hebben. Als we naar ons werk gaan ruilen we onze energie, onze werkkracht, intelligentie, aandacht en tijd voor geld. Niet alleen voor geld misschien, maar zeker ook voor geld. Het lijkt evident en simpel, maar het is goed je dit te realiseren, want het gaat altijd op. Ook als je je uitkering gaat ophalen is dat een ruil voor je levensenergie. Je hebt op de een of andere manier recht op een uitkering verworven en alles wat je ervoor gedaan hebt om deze te krijgen en te behouden is jouw levensenergie die je eraan spendeert. Zelfs een erfenis krijg je niet zomaar. En als je het geld eenmaal hebt, geeft het allerlei verplichtingen die je met je levensenergie‘betaalt’.

Aan de rechterzijde van het schema gebeurt precies hetzelfde in omgekeerde richting. Als je iets koopt, wat het ook is, vindt er een ruil plaats van levensenergie (en materie natuurlijk) die een ander in dat product heeft gestopt, om het te maken, tegen geld. Zo vindt er continu en overal een ruil van levensenergie tussen mensen plaats. Geld is datgene wat die ruil gemakkelijk maakt. Deze opvatting van geld geeft ons belangrijke informatie. Want ons leven en onze energie zijn reëler dan geld, omdat we die dagelijks direct aan den lijve kunnen ervaren. Je zou zelfs kunnen zeggen dat geld levensenergie ïs, opgeslagen levensenergie. Geld zelf heeft geen echte betekenis voor ons, maar onze levensenergie wel. Onze levensenergie is alles wat we hebben, het is echt en eindig. Een eenmaal uitgegeven portie levensenergie is niet meer terug te halen. Het is nu veel makkelijker te zien dat we zelf bepalen wat we met onze levensenergie doen. Terugkijkend betekent het: de manier waarop we onze levensenergie gespendeerd hebben is blijkbaar hoe we het wilden. Het was onze keus.

Ruilen is je eigen verantwoordelijkheid Wat doet zo’n omschrijving je? Jij bent degene die er verantwoordelijk voor is welke levensenergie je voor hoeveel geld inruilt. Jij betaalt voor het geld dat je verdient met je levensenergie. Als je veertig jaar oud bent, heb je gemiddeld nog zo’n 39 jaar ‘tegoed’. Dat zijn 342.000 uren. In onderstaande tabel staan de gemiddelden van die‘te verwachten’jaren en uren aangegeven.

leeftijd

aantal jaren

aantal uren

20

59

517.000

25

52

473.000

30

48

429.000

35

43

386.000

40

39

342.000

45

34

298.000

50

30

263.000

55

25

219.000

60

21

184.000

65

17

149.000

70

13

114.000

75

10

88.000

80

7

61.000

85

5

44.000

Gemiddelde levensverwachting in jaren en uren, afgerond, (cbs 2002) De levensverwachting in deze tabel is het gemiddelde van mannen en vrouwen samen. Mannen hebben gemiddeld tweeëneenhalf jaar minder en vrouwen tweeëneenhalf jaar meer 'tegoed' dan deze cijfers.)

Als we ervan uitgaan dat de helft van de tijd opgaat aan slapen, eten en ander'onderhoud’van het lichaam,dan heeft iemand van veertig jaar dus nog zo’n 171.000 uur aan vrije levensenergie beschikbaar. Wat kun je daar allemaal mee doen? Tijd aan jezelf besteden, aan je relatie, je vrienden en kennissen, aan creativiteit en hobby’s, aan het leveren van een bijdrage aan de gemeenschap, de wereld, innerlijke vrede bereiken of... aan een baan of werk. Het is nuttig je af te vragen hoe je die portie levensenergie gaat verdelen, want het is je eigen verantwoordelijkheid.

Financiële onafhankelijkheid

Het doel van dit boek is om je financiële onafhankelijkheid te vergroten. In sommige gevallen is het misschien zelfs mogelijk helemaal financieel onafhankelijk te worden. Door het stappenplan te volgen kun je daarbij een heel eind in de goede richting komen. Maar voordat we verder gaan, is het nodig duidelijk te maken wat financiële onafhankelijkheid niet is.

De eerste gedachten die opkomen, als we over financiële onafhankelijkheid fantaseren, zijn een hoofdprijs in de loterij winnen of een grote erfenis krijgen en nooit meer hoeven werken. Altijd alles doen wat je wilt. Luxe villa’s, cruises naar tropische eilanden, juwelen, sportwagens en kleding van Dior. Zo zien armeluisdromen er nu eenmaal uit. Maar dit soort 'rijkdom’ bedoelen we niet met financiële onafhankelijkheid. Dan ben je nooit onafhankelijk, want je bent nooit rijk genoeg. Als je eenmaal een villa hebt, merk je dat een ander er twee of een mooiere.

Onze opvatting van financiële onafhankelijkheid heeft te maken met een bepaald punt op de gelukscurve uit het vorige hoofdstuk. Het heeft niets met rijkdom te maken. Het heeft te maken met dat punt waarop jij genoeg hebt, meer dan genoeg. Dat is een punt dat wél te bereiken is. Waarschijnlijk heb je het al eens bereikt en ben je er nu al ver voorbij. Die andere rijkdom is niet te bereiken, want daar schuiven de verlangens steeds op, altijd maar meer. ‘Genoeg’ kan meer of minder zijn dan je buurman nodig heeft, maar hoe dan ook, het is een punt dat te bereiken is, met je eigen levensenergie.

Als je je kunt losmaken van al die ideeën over geld, als je geld koppelt aan levensenergie, kun je financiële onafhankelijkheid bereiken. Het is psychologische vrijheid, vrijheid van alle gedachten die tot nu toe bij geld hoorden, de frustratie, de woede, het schuldgevoel. Hoe je je levensenergie ruilt voor geld is jouw keuze en hoe je je geld ruilt voor de levensenergie van anderen, in hun diensten en producten, is ook jouw keuze. Daarom gaan we nu uitzoeken hoe het met die ruil van levensenergie is gesteld.

Stap 2: Op zoek naar levensenergie in het nu

Hoe manifesteert ‘geld is levensenergie’ zich in je persoonlijke leven? Aangezien elke cent iets te maken heeft met je levensenergie, is het goed om er een scherp beeld van te krijgen. Vandaar dat stap twee uit de volgende onderdelen bestaat.

Stap 2-A: Voor hoeveel geld ruil Je Je levensenergie!

Bepaal hoeveel geld en tijd het kost om je inkomen te verdienen, en reken je ‘echte uurloon’ uit.

Stap 2-B: Noteer iedere cent die Je leven in- en uitgaat

Houd van nu af aan nauwkeurig bij wat er gebeurt met iedere cent die je uitgeeft en ontvangt.

Stap 2-A:Voor hoeveel geld ruil je je levensenergie!

Nu we weten dat geld en levensenergie met elkaar geruild kunnen worden, kunnen we bepalen wat we ‘echt’ verdienen. Dat betekent dat we gaan uitzoeken hoeveel uur onze baan, ons bedrijf of welk ander inkomen dan ook, ons werkelijk kost en welke extra kosten we moeten maken om dit inkomen te verwerven.

De meeste mensen zullen in eerste instantie snel een antwoord hebben op de vraag wat hun uurloon is. ‘Ik verdien 1.500 euro netto per maand voor een fulltime baan. Voor 162 uur werken per maand krijg ik 1.500 euro, dus mijn uurloon is 1.500 gedeeld door 162 is € 9,25 per uur.’

Maar zo eenvoudig ligt het niet als we gaan rekenen met geld en levensenergie. Als ik eerst een net pak moet kopen voor mijn werk, dan lever ik dus eerst een heleboel levensenergie in om dat pak te verwerven, het kost immers geld. Dat moet ik dus aftrekken van de inkomsten die ik met dat pak kan verdienen.

En zo ook voor de extra uren die ik werk of reis en waarvoor ik niet betaald word. Dat zijn uren die niet gemaakt worden als je de baan niet zou hebben. En de kosten die ik heb (en de tijd die het kost) om weer een beetje bij te komen van mijn werk. Bij deze opdracht gaan we al die punten systematisch na. Het eindresultaat zou wel eens verrassend kunnen zijn.

In het invulformulier op blz. 57, waarmee het echte uurloon berekend kan worden, komen categorieën voor waarvan we er hier enkele wat uitgebreider behandelen. Het zijn de meest voorkomende. Sommige zijn niet van toepassing in jouw specifieke situatie, andere juist wel, en die moetje dan zelf opnemen en uitrekenen. In de berekening gaan we steeds uit van de inkomsten, uren en kosten per week.

Reizen van en naar het werk Reken eerlijk uit hoeveel tijd het reizen kost per week, van huis tot werk, inclusief (gemiddelde) wachttijden op

stations, in files en dergelijke. Bereken ook de werkelijke kosten van dat vervoer. Voor de auto is het handig om een kilometerprijs te bepalen, inclusief afschrijving, verzekering enzovoort. Een eventuele reiskostenvergoeding laten we hier buiten beschouwing, die komt later aan de orde.

Kleding Voor veel beroepen zijn speciale kleding, schoeisel of andere attributen nodig. Of de eigen kleding moet voor het beroep worden aangepast of slijt extra. Het gaat dus niet alleen om typische beroepskleding, zoals een verpleegstersuniform, maar om alles wat je moet aanschaffen en onderhouden (wassen, repareren, stomen) omdat je de baan hebt, die je hebt. Het kan een driedelig pak zijn of een mantelpakje en schoenen. Reken uit wat dat alles je gemiddeld per week kost en vergeet niet te noteren hoeveel uur het je kost om die kleding te kopen, te wassen en te strijken.

Eten en drinken Reken uit wat je aan extra eten uitgeeft, omdat je werkt. Koffie met een croissantje in de trein, lunchen in de cafetaria, een drankje naderhand met de collega’s. En reken ook uit wat je extra uitgeeft, omdat je te moe bent om thuis te koken: eten in restaurants, fastfood, kant-en-klaar eten dat je koopt of door de pizzakoerier laat brengen. Ook hier gaat het er weer om zo redelijk mogelijk uit te rekenen wat de extra kosten zijn. Met een normale lunch die je van huis meeneemt hoefje geen rekening te houden. Als er extra tijd mee gemoeid is, wordt die ook genoteerd. Het zou zelfs kunnen zijn dat je door de stress van je werk zoveel bent aangekomen, dat je op de Weight Watchers bent gegaan.

Afkicken van je werk Als je dagelijks of een aantal keren per week zo moe thuiskomt dat men je beter het eerste uur met rust kan laten tot je je favoriete drankje en hapje hebt verorberd, dan reken je die tijd en kosten ook mee. Misschien is het nog erger met je gesteld en heb je een heel weekend nodig om weer op verhaal te komen, of moet je echt eens flink doorzakken om het werk te kunnen vergeten.

Extra vakantie en troostaankopen horen ook tot deze categorie. Op een normale vakantie heeft iedereen recht, maar als jij vindt dat je baan zo zwaar is dat je er een paar keer of meer extra tussenuit moet, dan zijn dat kosten (en tijd) die in de berekening van het echte uurloon thuishoren.

Extra kosten voor gezondheid Ga na hoeveel dagen je per jaar ziek bent door stress, vermoeidheid of andere oorzaken op je werk. Reken ook de baaldagen mee en ga na wat de extra kosten zijn die je in verband hiermee maakt, zoals behandelingen die niet door de verzekering gedekt worden: vitaminetabletten, fysiotherapie, healing en fitnessclub.

Overige kosten Kijk nog eens in je balans of er dingen in je huis zijn die puur voor het werk zijn gekocht, zoals een computer. En reken uit welke ‘dienstverleners’ je betaalt omdat je er door je werk zelf niet aan toekomt: werkster, crèche, kinderoppas, klusjesman (of -vrouw), glazenwasser enzovoort. En vergeet niet de opleidingen, seminars, taallessen en trainingen die je volgt en de abonnementen op bijvoorbeeld vaktijdschriften.

uren per week € per week (netto) € per uur

Basisgegevens

nettoloon    36 300

reiskostenvergoeding    18

onkostenvergoeding    15

+

Totaal uren/inkomsten    36    € 333 €9,25

Aanpassingen

reizen    6    16

kleding    1    5

eten    5    10

afkicken    4    6

vakantie    3    9

troost    1    2

gezondheid    1    5

vakbladen    1    3

Extra tijd/geld    22    56

Echte uurloon    58    € 277 € 4,78

Voorbeeldberekening echte uurloon in euro's

Reken dus eerst uit wat je netto ontvangt per week, inclusief alle vergoedingen en eventuele betalingen in natura. Het weekbedrag bereken je door het netto jaarinkomen te delen door het aantal weken dat je feitelijk naar je werk gaat. Daarna worden alle aanpassingen 7,0 precies mogelijk berekend of geschat.

De voorbeeldberekening op blz. 55 laat zien dat er een aanzienlijk verschil kan zijn tussen het echte uurloon en het uurloon dat je op de ouderwetse manier uitrekent; in dit geval € 4,78 in plaats van € 9,25 per uur. Op basis van het echte uurloon kom je te weten wat jouw levensenergie in je huidige werk oplevert. Als het zoals hier € 4,78 per uur is, dan betekent het dat alle uren dat je energie‘besteedt’ aan je werk, het je € 4,78 oplevert. Houd vanaf nu dit getal voor ogen. Als je iets koopt van bijvoorbeeld tien euro, kun je je afvragen of die aanschaf je twee uur van je levensenergie waard is.

Wat is het nut van deze stap? We zitten allemaal vol met fantasieën over geld, ook over ons uurloon. Om financiële onafhankelijkheid te kunnen bereiken zijn feiten van belang, geen fantasieën. Daarom reken je het echte uurloon uit. Pas dan is duidelijk wat je werk in werkelijkheid oplevert.

Als je van baan wilt veranderen is het echte uurloon ook handig, omdat je verschillende alternatieven beter met elkaar kunt vergelijken. Natuurlijk spelen er nog andere argumenten mee die niet in geld zijn uit te drukken. Maar als je de geldzaak helder op een rijtje hebt valt de afweging hoe dan ook beter te maken.

Maar niet alleen als je van baan verandert is de berekening informatief. Bekijk de berekening en de verschillende extra uren en kosten regelmatig. Meestal zijn er veranderingen mogelijk.

Henk werkt al jaren voor een grote milieuorganisatie. Hij verdient daar een goed salaris als academisch geschoolde coördinator van voorlichtingsprojecten. Dagelijks reist hij zestig kilometer per trein van en naar zijn werk. De berekening van zijn echte uurloon was een vrij pijnlijke verrassing. Ondanks zijn goede salaris en de andere aantrekkelijke kanten van zijn baan kwam hij uit op een echt uurloon van 'maar’

€5,50. Van baan veranderen zou niet bij hem opkomen. Hij was echt tevreden met zijn werk. Maar toen hij zich door de berekening realiseerde dat jaarlijks 600 euro (meer dan honderd uur levensenergie) verdween aan ‘troost’ in de vorm van koffie, thee en koek tijdens de treinreis, besloot hij dit te veranderen. Met de aanschaf van een mooie

roestvrijstalen thermoskan en een voorraad koekjes behield hij het genot van de troost onderweg, en bespaarde hij zeker tachtig uur levensenergie, die nu aan nuttiger zaken besteed kunnen worden.

Voor de berekening van je 'echte’ uurloon is het nodig om alle kosten die je maakt om te kunnen werken, opschrijft en alle extra uren die nodig zijn voor dat werk. Sla over wat niet voor jou van toepassing is en vul aan als je andere kosten hebt. Als je meerdere banen hebt, doe het dan voor één baan tegelijk.

inkomen loon uren per week per week per uur Uurloon huidige baan    ..................€......... €.........

Extra uren/kosten

reizen    ...........................

kleding    ...........................

koffer/accessoires    ...........................

bijscholing    ...........................

vakliteratuur    ...........................

extra maaltijden    ...........................

kant-en-klaar eten    ...........................

extra roken/drinken    ...........................

op verhaal komen    ...........................

extra ontspanning    ...........................

extra vakantie    ...........................

ziekte door werk    ...........................

huishoudelijke hulp    ...........................

kinderopvang    ...........................

klussenman/-vrouw    ...........................

overige    ...........................

Totaal extra uren/kosten    ..................€.........

-+--

Echte uurloon    ..................€......... €

Berekening echte uurloon

Bij parttime banen met weinig uren, waar veel gereisd wordt en dure voorzieningen zoals kinderoppas nodig zijn, zou wel eens kunnen blijken dat het echte uurloon negatief is. Het kost dan geld om de baan te hebben, in plaats dat de baan geld oplevert. Dan zal moeten blijken of andere ‘opbrengsten’ van het werk, zoals deelname aan het arbeidsproces, niet thuis hoeven zitten, daartegen opwegen. In ieder geval is het dan zeker zinvol om alle posten nog eens door te nemen op besparingsmogelijkheden. Misschien kan je ook onderhandelen over een betere beloning. Je zal je door de uurloonberekening in ieder geval sterker voelen.

En bij alle uitkomsten geldt weer dat het weinig zin heeft jezelf iets kwalijk te nemen over hoe je het tot nu toe hebt gedaan. ‘No shame, no blame!’ Tot je je echte uurloon uitrekende wist je niet dat je het zo kon doen. Nu wel, en nu kun je er wat aan doen voor de jou nog resterende uren levensenergie.

Stap 2-B: Noteer iedere cent die Je leven In- en uitgaat

Tot nu toe was het mogelijk om het stappenplan te volgen door een paar rekensommen te maken. Dat kan je best een aantal uren hebben gekost. Misschien was het aardig confronterend en waarschijnlijk heeft het inzicht en veranderingen opgeleverd. Je bent je bewuster van de ruil die er plaatsvindt als je werkt. Jouw levensenergie in ruil voor inkomen. Maar nu komt pas de echte testcase. Ben je bereid je geldgedrag echt onder ogen te zien of niet?

In deze stap komt de rechterkant van het schema op blz. 49 aan de orde. Als je iets aanschaft ruil je geld voor de levensenergie van anderen, zoals die opgeslagen zit in de producten en diensten die je wilt hebben. Er is meer voor nodig dan een paar uur rekenen om daar een beeld van te krijgen. Dit vereist continue aandacht. Want je zult versteld staan hoeveel keer per dag je geld uitgeeft of ontvangt. Je ontdekt hoe ongemerkt dat gaat. Maar is dat nou echt nodig, iedere cent bijhouden?

Discipline Ja, het is echt nodig. Juist als je denkt dat er toch belangrijker dingen in het leven zijn dan geld; dat het daar toch eigenlijk niet om gaat. Als je werkelijk greep op je leven wilt krijgen moet je je dagelijkse gedrag in het geld uitgeven onder ogen zien. Er is één uitzondering: je hoeft het niet te doen als je nu al tot op de cent nauwkeurig kunt aangeven waar je maandelijks je geld aan uitgeeft. Als je al zover bent, dan hoef je het niet meer bij te houden. Dan doe je het blijkbaar al.

58

In de cursussen 'Je geld of je leven' is een vast onderdeel van het ochtendprogramma het ‘schatten van de eigen uitgaven en inkomsten'. De deelnemers krijgen een formulier waarop ze zo precies mogelijk invullen waar ze hun geld, verdeeld over verschillende categorieën, aan uitgeven. Maar heel zelden is er iemand die deze oefening zonder problemen uitvoert. Het gezucht en gesteun is niet van de lucht. Zelfs na een kwartier schatten en rekenen moeten de meesten bekennen dat er niet veel klopt van hun inschattingen. Het zijn meestal niet meer dan 'wild guesses’. Zelfs het maandinkomen is velen slechts bij benadering bekend. Sommige posten als huishuur worden redelijk goed ingevuld, maar andere als eten en drinken, uitgaan, verzekeringen en cadeautjes zijn bij de meesten volkomen onduidelijk, terwijl ze samen toch vaak een veelvoud van de huur zijn. Opvallend is ook dat er mensen zijn die eerst roepen dat ze het precies weten, maar die even later met het schaamrood op de kaken bekennen dat er toch blijkbaar een gat in hun geheugen zit.

Om zekerheid te krijgen over je eigen situatie is het aan te raden om zelf eerst zo’n schatting te maken. De aangegeven posten zijn de meest voorkomende, maar in jouw specifieke geval kunnen er nog andere zijn. Vul die dan ook in. Ga niets nazoeken! Als je iets niet weet, sla er dan een slag naar. Bewaar dit formulier goed. Later, over een paar maanden, als je echt weet waar je je geld aan uitgeeft, is het leuk om te vergelijken. Het geeft dan een goed beeld van de geldfantasieën die je had voordat je met deze stap begon.

Na deze oefening is misschien duidelijk hoe rommelig we met geld omgaan. Hoeveel discipline brengen we niet op om dagelijks naar ons werk te gaan, het huishouden te doen en voor anderen te zorgen? En hoeveel mensen gaan niet naar gymnastiek, fitness of yoga en ontwikkelen een uitgebalanceerde discipline om hun spieren en ademhaling onder controle te krijgen? Of hoeveel mensen zijn niet bereid om week in week uit naar een therapiegroep te gaan om hun eigen gedrag op relatiegebied onder ogen te zien? Zo moet het helaas ook met geld. Een getrouw beeld van het hier en nu is nodig om verder te komen. Laat je niet afschrikken! Het gaat om je eigen levensenergie. Houd vanaf nu bij wat er met iedere cent in je leven gebeurt!

Bij deze oefening vragen we je om zo precies mogelijk te schatten wat je per maand aan verschillende categorieën uitgeeft Als je het niet weef schat het!

Als je een gezin hebt waar alles uit één pot betaald wordt, schat je de kosten voor het hele gezin; anders doe je het voor jezelf persoonlijk. Voeg zo nodig categorieën toe die voor jou van toepassing zijn.

Categorie    bedrag per maand    totaal

Netto-inkomen (alle netto-inkomsten)    €.........

Uitgaven

huur/hypotheek    €.........

gas/brandstoffen    €.........

elektriciteit    €.........

water

heffingen    €.........

telefoon    €.........

verzekeringen    €.........

studiekosten    €.........

contributies/abonnementen    €.........

vervoer    €.........

kleding/schoeisel

inventaris    €.........

onderhoud huis/tuin    €.........

extra ziektekosten    €.........

hobby/uitgaan/vakantie    €.........

voeding/versnaperingen    €.........

overige huishoudelijke uitgaven €.........

kapper/toiletartikelen/make-up €.........

te betalen rente    €.........

cadeaus    € .........

giften    €.........

.................. €......... .................. €.........

.................. €.........

Totaal uitgaven Overschot of tekort

Schatting eigen uitgaven.

Noteer iedere cent/ Hoe je het doet is minder belangrijk, het gaat erom dat je het doet op zo’n manier, dat je altijd een precies overzicht kunt maken van alle inkomsten en uitgaven, met naam en toenaam. Voorlopig concentreren we ons op het ‘kasgebeuren’. Het contante geld dat je in je zak (of waar dan ook) hebt en dat je gebruikt om van alles mee te betalen. Er wordt meer geld uitgegeven, via giro, bank, en met creditcards en cheques, maar dat komt later. Eerst houden we ons bezig met het echte tastbare geld dat door onze handen gaat.

In de meeste gevallen is een kasboekje, in de vorm van een klein noti-tieblokje dat in je zak of tas past, het handigst. Zodra je geld uitgeeft pak je het en je maakt een duidelijke notitie: wat je gekocht hebt, waar, en hoeveel het kostte. Een andere manier is om alle bonnetjes te bewaren. Maar ook dat vereist de nodige oplettendheid en discipline. Sommige zaken geven geen bonnetjes, sommige bonnetjes zijn onleesbaar, onjuist of geheel blanco (ja, dat komt ook voor). Het handigst blijft een blok of schriftje, waar alles keurig chronologisch in bijgehouden wordt. Organiseer het zo dat het een vanzelfsprekende gewoonte wordt. En leer jezelf aan om alles, werkelijk alles op te schrijven.

Echt iedere cent? Ja, want iedere cent is levensenergie, en daar kun je niet zorgvuldig genoeg mee omgaan. Overigens merk je snel genoeg dat er toch gaten in je boekhouding zitten. Of ben jij die ene perfectionist die we toevallig nog nooit zijn tegengekomen? Daarom is het handig om iedere dag de kas op te maken. Voordat je begon heb je wat je in je portemonnee had als beginsaldo opgeschreven. Verschillen waar je, ook na lang zoeken en peinzen niet uit komt worden geboekt onder kasverschil-len. Je zult versteld staan hoe dat kan oplopen als je niet een beetje gedisciplineerd te werk gaat. De opdracht is om dit een hele maand vol te houden. In het volgende hoofdstuk wordt aangegeven wat je met die verzamelde gegevens moet doen.

De kluit belazeren Niets is makkelijker. Zolang je de enige bent die de controle over je kasboek heeft, kun je natuurlijk opschrijven wat je wilt, kasverschillen wegmoffelen op tientallen manieren, en ga zo maar door. Als je merkt dat je dat doet, mag je zelf de vraag beantwoorden of je je geldgedrag echt onder ogen wilt zien. Je doet het voor jezelf en voor niemand anders. En wat heeft jezelf voor de gek houden nu eigenlijk voor zin?

Dat mensen door de eeuwen heen al zicht hebben proberen te krijgen op hun geld, blijkt wel uit het feit dat onze manier van boekhouden in het oude Rome is uitgevonden. Wat in dit boek gepropageerd wordt, is niet nieuw. Ook niet wat het echtpaar Cossee-Bommeljé doet, maar het resultaat is er niet minder om.

ARME MAN

Na een kwartiertje fietsen ben ik bij Ri en Piet Cossee-Bommeljé in Scheveningen. In de tuin staat een speciaal rek om je fiets tegen te zetten. Ri verwelkomt me. Zij is degene met wie ik afgesproken heb. Later zal ook Piet zich voor een korte periode bij ons voegen. We gaan een trap op en komen aan een grote ronde tafel te zitten. Op die tafel een flinke stapel kasboeken, die Ri jaar in jaar uit bijhield en die de directe aanleiding voor dit gesprek zijn.

‘Wij trouwden in 1942; ik wist totaal niets van het huishouden. Ik dacht bijvoorbeeld dat je aardappelen moest koken van aardappelmeel. Het idee! Alles haalde ik uit boeken. Uit die tijd stamt het gezegde: als je kunt lezen, dan kun je ook koken. Inmiddels heb ik zeker twee meter kookboeken. In 1942 was het oorlog en ik las in de krant hoe je in die benarde tijden jus kon maken (dus zonder boter of margarine). Ik nam dat allemaal zo letterlijk, dat ik de boterbonnen bijna liet verlopen, want wat normaal was wist ik niet.

Na zeven jaar werken bij de giro zat ik opeens, als getrouwde vrouw, alleen thuis; de overgang was enorm. Ik wist me geen raad met al die tijd en vrijheid. Ons eerste kind kwam namelijk pas na twee jaar. Ik maakte een schema met alle werkzaamheden en tijden erbij om structuur aan te brengen. Omdat ik gek was op lezen - ik kom uit een uitgeversfamilie -kwam in dat schema ook een halfuurtje lezen voor. Als ik het me goed herinner van 13.00 tot 13.30 uur. Langer mocht niet, dan voelde ik me schuldig.

Mijn man was typograaf bij de ptt. Hij zei: "Ik breng het in en jij geeft het uit.” Ik zat heel veel te rekenen en het bijhouden van een kasboek was een absolute noodzaak. In de loop der jaren heb ik allerlei systemen geprobeerd. Ik zag en zie nog steeds het huisvrouw zijn als een vak. Daarin werd ik destijds gesteund door de boeken van mevrouw Schortinghuis, die ook lezingen gaf over dat onderwerp. Kijk, hier heb je het ptt-huishoudboek van 1952. Alle werknemers van de ptt konden jaarlijks zo’n huishoudboek

kopen. Daarin kon je per week bijhouden wat je inkomsten en uitgaven waren, en voorin kwam de jaarlijkse begroting.’

We bladeren het boek door, dat voorzien is van hoofdstukken met goedkope recepten, opvoedkundige adviezen en stichtelijke lectuur. ‘De honger kost de mens niet veel... maar eerzucht en een lekk're keel.' Die kan zo in de Vrekkenkrant! Op een andere plek lees ik over ouders met grotere kinderen het volgende: ‘Moeders noemen deze tijd wel eens ' zuchtend: zuur en duur. Zuur, omdat ze voortdurend in angst zitten dat het in bomen klimmende, op brugleuningen balancerende, of gevaarlijke toeren op zijn fiets uithalende kind een ongeluk zal krijgen, en duur, omdat ze voortdurend met kapotte kleren thuiskomen. Wat ook erg is.’

‘Het is leuk om de oude kasboeken weer in te kijken, soms schreef ik ook boven aan de bladzijde wat er met de kinderen gebeurde. Hier staat op 24 juli dat Emile, onze jongste, kan staan, en op 13 augustus 1948: lopen aan twee handen. Op 3 september ontdekten we twee boventanden. Uit de cijfers kun je achteraf veel opmaken. Op zaterdag haalden we altijd kroketjes. Alles van de banketbakker voor een verjaardag kostte toen slechts twee gulden veertig. Hé, wat vreemd, hier staat een bedrag voor sigaretten, we rookten zelf niet. Dat zal dan wel voor de visite geweest zijn.’

In de week van 6 tot 12 april staat een bedrag van 64 cent voor de bromfietsclub en elders in het boek andere posten die met de bromfiets te maken hebben: benzine, een nieuw achterwiel en olie. ‘Een kasverschil boekte ik onder de post onvoorzien en uit die tijd herinner ik me dat Annie M.G. Schmidt daar een grap op had gemaakt. De huisvrouw die niet uitkwam met het geld kon een niet al te groot kasverschil, van een paar dubbeltjes, opvoeren onder de post “arme man”.’

Meneer Cossee, Piet, is thuisgekomen en komt erbij zitten. Ri zet thee en schenkt in. Bij de thee heerlijke zelfgebakken roomboterkoekjes. ‘Ze kosten slechts 44 cent per ons, terwijl deze kwaliteit koekjes in de winkel ongeveer twee gulden vijftig kost. Het recept is eenvoudig: 350 gram bloem, een theelepel bakpoeder, een snufje zout, een pakje roomboter (laten smelten) en 150 gram gele basterdsuiker. Kneed daar een soort ronde worst van, die je daarna in plakjes snijdt. Een gedeelte invriezen voor een andere keer kan ook. Dan vijftien & twintig minuten in een oven op stand 3 of 4, bij een elektrische oven op 170 graden.’

Nu komt Piet aan het woord. Hij vertelt dat hij ais jonge jongen in de jeugdbeweging, de ajc, hoorde over een staatsman en groot denker, Walt-her Rathenau. Piet loopt naar de boekenkast en laat een boek zien uit 1912. ‘Wij leerden van hem dat het kapitalistische systeem zelf behoeften

schept. Ook werden we aangespoord om niet te roken en te drinken. Overal om je heen zie je mensen die het slachtoffer zijn van koopdwang, die tegen elkaar op willen bieden. Een vriendje van onze kinderen zei dat zijn vader een witte auto had gekocht, omdat witte auto's groter lijken. Maar in de begintijd van de televisie was het bijvoorbeeld helemaal niet chic om er zelf een te hebben. Wim Kan had daarover een mooi gezegde: tv kijken, dat deed je bij je werkster. Wij kochten een tv om onze kinderen goed Engels te leren, want de juiste uitspraak haal je niet zo gemakkelijk uit een boekje. Je had toen het programma Walter and Conny. Onze kinderen geneerden zich zo voor die tv, dat hij op de slaapkamer moest staan.’

Piet werkte dus bij de PTT en vroeger mocht je van deze werkgever absoluut geen neveninkomsten hebben. Kippen houden was bijvoorbeeld verboden, want dan ‘verdiende’ je de eieren. Gelukkig kon hij een ontheffing krijgen en het typografische werk, dat in zijn vrije tijd gedaan werd, nam een steeds belangrijker plaats in. Het werd van een welkome bijverdienste tot dé bron van hun welstand. De kinderen, twee zoons en een dochter, konden naar de universiteit en er hoefden geen beurzen aangevraagd te worden. Er werden door Piet lange dagen gemaakt en ook in het weekend werd doorgewerkt. ‘Dat was echt niet zo vreemd, we waren zo opgevoed, werken was goed. In die tijd zongen we in de kerk een lied... hoe heette dat ook alweer?’ De liederenbundel brengt uitkomst en ik lees de eerste regels.

‘Rust’-loos wer-ken vroeg en laat!

Heil'-ge wet van 't leven!

Vrij en blij maakt eerst de daad,

’t moe-dig voor-waarts streven.’

Voordat Piet weer vertrekt laat hij trots de Zwitserse naaimachine zien die hij voor zijn vrouw kocht. ‘Kijk, hier kan Ri zelfs sokken op stoppen, want er zit een losse arm aan, en ze kan er ook mee borduren. Dat was een prima investering!’ Ri bevestigt dat zij veel naait ‘Op de markt heb ik stof gekocht Het lijkt wel damast Het kostte maar vijf gulden per meter. Daarvan maak ik een dekbedovertrek voor mijn dochter. En sokken stoppen op de machine deed ik niet alleen voor ons gezin, maar in de jaren vijftig en zestig ook voor vriendinnen. Ze brachten soms dertig paar sokken mee, en in ruil daarvoor streken zij mijn was.'

Al ziet Ri het huisvrouwschap als een vak, het weerhield haar er niet van om te gaan studeren en te werken toen de kinderen groter werden.

‘Eerst probeerde ik de akte Nuttige Handwerken te halen, maar dat was het niet helemaal. Cijfers en letters en ook vreemde letters hadden altijd al een aantrekkingskracht op mij, en ik ging Hebreeuws studeren. Ik ben een geboren “frik" en studeerde hard. Voor je kinderen kun je toch niet zakken, dat is zo’n afgang. Gelukkig woonden mijn ouders bij ons in en ik kon met een gerust hart gaan werken. Moeder zijn, de huishouding doen en de kinderen verzorgen was goed te combineren met mijn baan van acht lesuren per week als godsdienstonderwijzeres op een openbare school. Daarnaast lees ik ontzettend graag. We zijn een paar dagen geleden naar het boekenbal geweest en hebben ervan genoten. En kijk eens wat ik gekocht heb, drie nieuwe boeken voor een tientje. Het zijn Penguin Classics. Ze lopen gelukkig goed af en hebben niet zo’n vervelend open eind.’

Vlak voordat ik naar huis ga, praten we nog over zuinig zijn met water. Ri: ‘In Amsterdam krijg je geen aparte rekening voor het water. Dat is heel onverstandig, want dat stimuleert je niet bepaald om zuinig te zijn. Twee keer per dag in bad of onder de douche, waar is dat nu goed voor?’ Ri komt uit Zeeland: ‘Als de r in de maand zit moet je niet met zoveel water aan je lief (lijf) knoeien, zeiden de Zeeuwen in vroeger tijd. Daar zit wel wat in.’

We gaan naar beneden, en ik krijg nog een tuintip op de valreep. Ri zet gewoon hier en daar stokbonen in de bloementuin. Ze lijken op lathyrus. Dat staat heel leuk en het levert je snel een paar maaltijden op. En in het halletje wijst ze naar het laurierboompje, dat zomers buiten staat Zo heb je steeds verse blaadjes voor de soep. Ri duikt in de gangkast en geeft me een potje zelfgemaakte pruimenrabarberjam mee. En dan zeggen ze dat vrekken gierig zijn.

3. GELD, WAAR GAAT HET ALLEMAAL HEEN?

Bij het maken van de oefening uit het vorige hoofdstuk is het misschien al duidelijk geworden: alleen het bijhouden van een kasboek is niet genoeg. Door elke aankoop in je kasboekje te noteren word je je bewust van wat je aanschaft, wanneer je dat doet en wat het kost. Dat is een eerste noodzakelijke stap. Maar er is meer nodig. In dit hoofdstuk wordt een eenvoudige methode beschreven om het zicht op de uitgaven sterk te vergroten. Met een paar uur werk per maand, al of niet met behulp van een computer, is het mogelijk om een slimme boekhouding op te zetten. Met de overzichten die daaruit gemaakt worden krijg je pas echt inzicht in inkomsten en uitgaven. En dan zal blijken wat de grote waarde is van die ‘bewustwordi ng’.

Hanneke en ik zijn op i januari 1994 begonnen met deze boekhoudme-thode. Na de nodige weerstand, want ik ben niet bepaald een boekhou-dertype. Toen we begonnen hadden we, als ‘Vrekkenechtpaar’, al een aantal jaren bezuinigen achter de rug. Van zo’n vijfduizend gulden aan uitgaven per maand waren we teruggegaan naar ongeveer drieduizend. In 1994 hielden we onze boekhouding volgens het stappenplan van Your Money or Your Life bij en maakten iedere maand een overzicht van uitgaven en inkomsten. Zonder dat we ons duidelijke beperkingen oplegden gingen de uitgaven‘als vanzelf’ naar beneden. Uit het eindoverzicht van 1994 bleek dat we in datjaar geleefd hadden van 2672 gulden per maand (inclusief aflossing hypotheek, exclusief giften en sparen). En hoe we er ook over piekerden, we konden geen vermindering van comfort constateren. Ons leven was er eerder aangenamer op geworden.

Vanzelfsprekend besloten we ook in 1995 door te gaan met boekhouden. Mijn aanvankelijke aversie om met al die cijfertjes aan de gang te gaan was allang verdwenen. Als het bijna ongemerkt tot zulke resultaten leidde, dan wilde ik wel eens zien of je nog ‘verder’ kon gaan. Uiteindelijk leven honderdduizenden mensen in Nederland van veel minder dan 2672 gulden per maand. Het Nibudgaat voor een vergelijkbaar

tweepersoonshuishouden uit van een minimum van 1870gulden aan uitgaven. We dachten allebei dat het misschien mogelijk was om nog honderd a tweehonderd gulden per maand te verminderen. Maarzeker waren we daar niet van.

De resultaten zijn echter beter dan we dachten. Uit de totaaltelling van de eerste zes maanden van 1995 bleek tot onze verbazing dat de uitgaven weer verminderd waren. Niet met een klein bedrag, maar met vijfhonderd gulden per maand. We zitten nu op 2172 gulden. Hoe is het mogelijk dat je door een boekhouding bij te houden, zo je uitgaven kunt beperken, zonder er veel moeite voor te doen?

Budgetteren hoeft niet

Voorstellen om een boekhouding bij te houden worden zelden met gejuich begroet. Dat merken we als we in de cursus aan de deelnemers aanraden om voortaan een complete boekhouding van de privé uitgaven en inkomsten te gaan voeren. De gezichten betrekken: al die cijfertjes, die discipline, dat bekrompen, beperkende gedoe. Nee, weinig mensen hebben er zin in. Dat is eigenlijk raar. Als het mogelijk is om je uitgaven met honderden, misschien zelfs met meer dan duizend euro per maand te verminderen, zonder een centje pijn, waarom hebben we dan zo’n weerstand tegen het simpele bijhouden van een boekhouding?

Voor een groot deel is dit te verklaren uit het beeld dat we van boekhouden hebben. Het doet ons denken aan controle, beperking en saaiheid. Maar de manier van boekhouden die we hier voorstellen heeft daar niets mee te maken. Het enige dat gevraagd wordt is om op een bepaalde manier alle uitgaven en inkomsten in een overzicht te plaatsen, waardoor je je bewust wordt van de feitelijke hoogte van de uitgaven en de verdeling over verschillende voor jou relevante categorieën. Beperkingen opleggen is er niet bij. Budgetteren hoeft niet.

En dat is nieuw, want de meeste programma’s om greep op je financiën te krijgen werken met budgetten. Budgetten die je eerst als een soort norm voor jezelf moet vaststellen, of die anderen voor je bedacht hebben. Daar moet je je vervolgens aan houden; je mag ze niet overschrijden. Dat zoiets weerstand oproept is begrijpelijk. Om diezelfde reden werken diëten vaak niet. Ze bestaan uit allerlei geboden en verboden. Dat kan je misschien een tijdje volhouden, maar op een bepaald moment krijg je er genoeg van en begint de cyclus van overgewicht opbouwen en afvallen opnieuw.

Er is ooit een dieet uitgedacht dat daar - net als deze boekhoudmetho-de - vanaf stapt. Dit'niet-dieet’ bestond er alleen maar uit dat je alles wat je at precies, maar dan ook precies, opschreef in een soort dagboekje. Dat was genoeg, daar viel je echt van af. En zo werkt onze methode ook. Het enige wat je hoeft te doen is nauwkeurig bijhouden wat je aan welke zaken uitgeeft, en dat in een handig overzicht aan jezelf presenteren, eens per maand. Het maken van dat overzicht en de aandacht die je eraan geeft zijn voldoende om je gedrag te veranderen, als je dat wilt.

In sommige situaties kan budgetteren handig zijn of zelfs noodzakelijk. Gezinnen die grote schulden hebben opgebouwd worden door Sociale Diensten soms ‘onder curatele’ gesteld of krijgen hulp in de vorm van een budgetteringscursus. Maar bij de instellingen die deze cursussen aanbieden begint men tot andere inzichten te komen. Met dwang is er soms wel wat te bereiken, maar of het blijvende resultaten oplevert wordt betwijfeld. Daarom zijn er nu instellingen die ook bij personen en gezinnen met ernstige schuldenproblematiek werken met methoden die meer lijken op de methode uit dit boek.

Bij die aanpak beschouw je het gezin als een soort bedrijfje. Er gaat heel wat geld om en daarmee worden allerlei diensten en producten gekocht om het gezin draaiend te houden. Allerlei taken binnen het gezin moeten zo efficiënt mogelijk worden uitgevoerd: mensen moeten wonen, eten, drinken, slapen, zich verschonen. En er moet gezorgd worden voor gezelligheid, opvoeding en ontspanning. Als je je gezin als een bedrijf opvat, ligt het voor de hand om een boekhouding te gaan voeren. Op grond van het inzicht dat ontstaat uit die boekhouding kun je nagaan of er verbeteringen in de ‘bedrijfsvoering’ zijn in te voeren, afhankelijk van de problemen die je signaleert. Dat zou in een bepaald geval kunnen betekenen dat je gaat budgetteren. Maar er zijn veel meer mogelijkheden om tot efficiëntie te komen. Wat voor oplossing je ook kiest, eerste vereiste blijft: inzicht in de financiële gang van zaken.

Stap 3: Haak een maandoverzicht met een indeling in categorieën

Maak een indeling in categorieën uitgaven die zo goed mogelijk aan-sluitbij jouw situatie en behoeften. Met die indeling ben je in staat om het volgende te doen:

-    een maandoverzicht maken;

-    controleren of de saldi van kas, giro en dergelijke kloppen;

-    totaliseren van de categorieën en omrekenen in uren levensenergie.

Als je het kasboek gedurende een maand hebt bijgehouden, kun je overgaan op stap 3. Het eerste dat je doet is aandachtig het kasboek bestuderen. Doordat je een maand precies hebt bijgehouden wat je uitgaf, ben je al een hoop te weten gekomen over hoe je met geld omgaat. Als je geen kasboek hebt bijgehouden, maar wel alle bonnetjes hebt bewaard (en aantekeningen van uitgaven waar je geen bonnetje voor kreeg), leg ze dan zo goed mogelijk op volgorde. Als ze allemaal weer door je handen gaan • ontdek je bepaalde patronen.

Maak daarna een zo goed mogelijke indeling in categorieën. Het ligt voor de hand dat je een aantal categorieën kiest die voor bijna iedereen gelden -zoals voedsel, huisvesting, kleding en transport- maar het hoeft niet. De indeling moet zo zijn, dat hij een zo getrouw mogelijk beeld geeft van je persoonlijke levensstijl.

Voor welke eenheid!

Als je in je eentje een huishouden voert, met of zonder kinderen, ligt het voor de hand om alle uitgaven en inkomsten in één overzicht te verwerken. In veel gezinnen met twee ouders en kinderen is dat ook het geval. In andere gevallen, bijvoorbeeld bij tweeverdieners, kan het juist handig zijn om ieder apart een overzicht te maken. Kies die eenheid die het meest aansluit bij de werkelijkheid van je uitgavenpatroon en levensstijl.

Ingewikkelder wordt het als een van de partners er niet voor voelt om een boekhouding bij te houden, terwijl het toch voorde hand ligt alles in één overzicht onder te brengen. Misschien is hij (of zij) te overtuigen als je duidelijk kunt maken dat er een flinke winst te behalen valt, waardoor tot dan toe onbereikbare doelen wel gerealiseerd kunnen worden. In de praktijk blijkt het aanspreken van de ‘computerexpertise’ van de mannelijke partner nogal eens te werken.

Als het echt niet lukt, dan is het aan te raden om voor jezelf te beginnen met het maken van een overzicht van die uitgaven (en inkomsten) waar je zelf verantwoordelijk voor bent en/of invloed kunt op uitoefenen.

Maandoverzicht maken

Als je tevreden bent over de indeling in categorieën kan begonnen worden met het maandoverzicht. Daarvoor is het handig om een groter schrift te nemen, een multomap of tabellarisch kasboek. Of het nu om

een echt tabellarisch kasboek gaat of dat je zelf een overzicht maakt: het is in feite een grote tabel, waar voor iedere categorie een aparte kolom is gereserveerd. De bedoeling is nu dat je alle uitgaven en inkomsten twee keer boekt. Eén keer in de kolom kas of, giro c.q bank en de tweede keer in een kolom van de categorie waar deze post onder valt, zoals vervoer, huisvesting, voeding enzovoort. Zie het voorbeeld op de bladzijde hiernaast: dit is de indeling wij die hanteren. Verder maak je kolommen voor de verschillende manieren waarop je betaalt. Iedereen zal wel een kaskolom hebben, voor alle betalingen met contant geld. Afhankelijk van de eigen situatie maak je ook kolommen voor bank, giro en dergelijke. Het gaat hier alleen om rekeningen die je gebruikt om mee te betalen. Het is niet de bedoeling dat je aparte kolommen maakt voor bijvoorbeeld spaarrekeningen, want sparen is geen uitgave. Vooral bij mensen die wisselende en/of onregelmatige inkomsten hebben, is het wel zinvol om ook een kolom ‘Inkomen’ te maken.

Eigen ontwerp, tabellarisch kasboek of spreadsheet? Een groot schrift, potlood, liniaal en vlakgom zijn voldoende om een goed maandoverzicht te maken. Het is wel wat meer werk, maar je kunt het overzicht dan naar eigen inzicht vormgeven. Met een tabellarisch kasboek kun je sneller aan de slag, omdat daar de kolommen, echter wel een vast aantal, voorgedrukt zijn. Maar het is ook duurder, alhoewel... misschien ligt ergens op een zolder zo’n prachtig oud kasboek, dat maar voor een klein deel is volgeschreven.

Als je bedreven bent met spreadsheetprogramma’s op de computer dan kun je het maandoverzicht ook daarin maken. Dat bespaart je aardig wat rekenwerk en je kunt er fraaie overzichten en grafieken mee maken. Een ander voordeel is dat de negatieve en positieve getallen die in een kolom staan toch eenvoudig worden opgeteld en afgetrokken. De computer berekent het eindbedrag vanzelf. Bij een tabellarisch kasboek is dat iets ingewikkelder, omdat je geen eenvoudige optelsom kunt maken als er negatieve getallen in een kolom voorkomen. Het kost iets meer werk om het saldo uit te rekenen, maar in de praktijk valt het mee, omdat er in de regel vooral uitgaven zijn, die gewoon bij elkaar kunnen worden opgeteld.

Ben je niet bedreven met een computer, begin er dan niet speciaal aan voor de methode uit dit boek. Het zou te veel tijd kosten. Met een tabellarisch kasboek of groot schrift gaat het echt prima. Het voordeel daarvan is dat iedereen die bij de boekhouding betrokken is, het schrift zelf kan inzien. Een ander voordeel is dat eenmaal gedane boekingen in een kas-

Voorbeeld van een indeling in categorieën

boek moeilijker te veranderen zijn. Dat kan in een computer veel makkelijker. De verleiding zou te groot kunnen worden om iets te ‘creatief’ te gaan boekhouden.

D

Omschrijving

Kas

Giro

Inkomen

Voeding + drank

Huis ► onderh.

GLW

1

SALDO

133.65

433,67

3

Novib, gift

66,82-

Debetrente

4,67-

4

begrafenisverz.

8,19-

Azivo ziekenf.

43,18-

Bril Henk

234,09-

7

Risicoverz.

15,35-

Binnenband

5,00-

Bakker

9,98-

9,98

Strippenkaart

17,40-

Fietsenstalling

1.80-

Supermarkt

18,86-

18,86

Eco wasmiddel

19.32-

19,32

8

Huur

411,27-

411,27

9

Bibliotheek

18,50-

Telefoon KPN

68,18-

Pasfoto’s

6,25-

II

Giromaat

200.00

200,00-

Reiskosten NS

8,40-

Abonn. GENOEG

14,50-

Gas/licht

65.00-

65,0C

Water

17,00-

I7.0C

12

Kopjes/glazen

11,55-

11,55

Make-up art.

11,65-

11,65

Supermarkt

27,43-

27,43

Slager

8,65-

8,65

14

Paspoort

50,00-

Aspirine

3.00-

15

Tijdschrift

3,75-

Thee/tandp.

7.32-

7,32

Levensmiddelen

3,14-

3.14

Lunch werk

7.90-

V

Taxi werk

10,00-

V

Plusrekening

125,00-

Drankenhandel

22,88-

22,88

16

Salaris Henk

1.581,30

1.581,30

Onkosten dec.'OI

34,70

V

Copyshop werk

5,00-

V

Supermarkt

33,18-

33.18

17

Cadeau moeder

25,00-

Koffie/gebak

11,50-

Schoolboeken

17,40-

Lijm/enveloppen

3,98-

Werk Nel

174,80

174,80

Dit maandoverzicht loopt door op de volgende bladzijde.

sfoon

Kleding

Medisch

Verzekering

Vervoer

Contr. + abonn.

Diversen

Totaal

66,82

4.67

8,19

43.18

234.09

15,35

5,00

|

17,40

1.80

18,50

68.18

6,25

8.40

14,50

\

f

50.00

3,00

3.75

' “ (

25,00

11,50

17,40

3,98

D

Omschrijving

Kas

Giro

Inkomen

Voeding + drank

Huis + onderh.

GLW

18

Chinees eten

42,00-

Dropjes

1.25-

1.25

Overhemd Henk

36,50-

Geld-terugactie

2,50

2,50-

19

Zwemmen Shirley

8,50-

Café de Plak

16,00-

Giromaat

500,00

500,00-

Schoenen Nel

53,00-

Horeca stad

6,00-

Kamerplanten

9,00-

9,00

21

Repar. voordeur

195.00-

195,00

Supermarkt

44,93-

44,93

VPRO

5,00-

Film

11,00-

Tramabonn.

16,50-

Postzegels

19,50-

22

Beltegoed

25,00-

23

Kalktabletten

2,50-

25

jenever

9,90-

9,90

26

Supermarkt

21,63-

21,63

Bier/wijn

23,60-

23,60

28

Reiskosten NS

24,50-

Zangles Nel

60,00-

29

Belasting teruggave

180,00

180,00

Personeelspot

12,00-

Reis tante Rie

8,70-

Cadeauwijn 2x

9,90-

Cadeau tante Rie

5,00-

30

Markt

12,95-

12,95

Plant buurvrouw

4,00-

Giromaat

200,00

200.00-

Dagmarkt

7.95-

7,95

Brood

3.10-

3.10

Slager

4,15-

4,15

31

Shirley maandgeld

20,00-

Kasverschil

19.61-

Totalen

0,79

359,07

1.936,10

289,37

626,82

82,0C

Uren levensenergie *

Vraag 1

Vraag 2

Vraag 3

* Op de onderste regels van dit overzicht volgt een toelichting in hoofdstuk 4.

efoon

Kleding

Medisch

Verzekering

Vervoer

Contr. + abonn

Diversen

Totaal

42,00

36,50

8,50

■*

16,00

53,00

6,00

5,00

11,00

16,50

19,50

25,00

2,50

24,50

60.00

12,00

8,70

9.90

5.00

4,00

20,00

19,61

73,18

89,50

282,77

23,54

82,30

106,50

354,38

2.030,36

Boeken Nu is de tijd aangebroken om alles te boeken in het maandoverzicht. Zie het voorbeeld van het maandoverzicht op bladzijden 72 tot en met 75.

Het is het overzicht van een fictief stel: Henk en Nel, dat zo is opgesteld dat er allerlei zaken in aan de orde komen die veel duidelijk maken over hoe je zo’n overzicht maakt. Het is hun overzicht van de eerste maand. Zij hebben ervoor gekozen om niet te veel categorieën te maken. Onder ‘Voeding & Drank’ valt bijvoorbeeld alles wat in de supermarkt gekocht wordt, dus ook non-foodproducten zoals schoonmaakmiddelen, make-up en andere huishoudelijke artikelen. Onder hun categorie ‘huis’ valt de huur, maar ook alle andere kosten voor het huis en de inventaris.

Het boeken begint met het invullen van de beginsaldi. In dit geval gaat het om contant geld ad € 133,65 en het girosaldo van € 433,67. Als er meerdere rekeningen zijn waarvan regelmatig betaald wordt, moeten die ook in het overzicht worden opgenomen. Vervolgens wordt elke uitgave geboekt in de kolom ‘Kas’ of‘Giro’, afhankelijk van hoe er betaald is én in een van de kolommen van de categorie-indeling. Zo komt de post ‘Novib gift’ (3 januari) in de kolom ‘Giro’ en in de kolom ‘Diversen’ (omdat er geen aparte kolom giften is). De post ‘Begrafenisverzekering’ (4 januari) komt in de kolom ‘Giro’ en in de kolom ‘Verzekeringen’. In het voorbeeld is duidelijk te zien dat de uitgaven in de kolom ‘Giro’ met een ‘min’ worden geboekt en in de kolom ‘Diversen’ of‘Verzekering’ niet, want dan is het bedrag positief. Je zegt nu eenmaal niet: “Ik heb min driehonderd euro uitgegeven.” Zo worden vervolgens alle posten geboekt in twee kolommen. Kasuitgaven kan je alleen boeken als je dat eerst in je kasboekje hebt opgenomen, of het bonnetje hebt bewaard. Van de giro of de bank is het makkelijker. Je neemt gewoon over wat er op de afschriften staat die je regelmatig thuis ontvangt.

De saldi bovenaan in het schema worden niet dubbel geboekt. Dat is logisch, want het zijn geen inkomsten of uitgaven, maar datgene waarmee je de maand begint. Dan zijn er nog enkele posten die niet dubbel geboekt hoeven te worden, omdat het geen echte uitgaven of inkomsten zijn. Op 11 januari zie je zo’n post: ‘Giromaat’. Dit is een geldopname van de eigen girorekening die in je eigen portemonnee terecht komt. Het is het handigst om die op dezelfde regel als positief in ‘Kas’ te boeken en als negatief in‘Giro’.

Op 15 en 16 januari staan drie bijzondere uitgaven die ook niet dubbel geboekt worden. Ze zijn gemarkeerd met een v’tje (van verrekenen) erachter. Henk geeft af en toe iets uit voor zijn werk dat later vergoed wordt door zijn baas. Dit zijn dus ook geen echte uitgaven. Als zijn declaratie later op de giro binnenkomt (zie 16 januari ‘Onkosten december 2001’) is het dan ook geen echte inkomst en wordt niet dubbel geboekt.

Op 18 januari staat een andere bijzondere post ‘Geld-terug-actie’. Door het inzenden van een streepjescode van een tandpastatube ontving Nel € 2,50 terug. Dit bedrag staat positief in ‘Giro’, maar komt negatief onder de kolom ‘Voeding & Drank’. Het is immers een vermindering van de kosten ‘Voeding & Drank’ van Nel en Henk. Zij boeken alle aankopen uit de supermarkt, dus ook tandpasta, onder ‘Voeding & Drank’. Je zou dit soort kosten ook in een aparte kolom ‘Lichamelijke verzorging’ kunnen boeken.

De laatste bijzondere ‘uitgave’ is op 15 januari: - €125 voor ‘Plusreke-ning’. Ook dit is geen echte uitgave. Het blijft hun geld of het nu op de giro staat of op de plusrekening. Toch worden al dit soort kosten wèl geboekt, omdat het anders zeer ingewikkeld is om de saldi van kas en giro te controleren.

Ter afsluiting behandelen we nog enkele punten van het overzicht van Henk en Nel. Ze hebben voor ‘Inkomen’ een aparte kolom. Ze waren erachter gekomen dat ze niet eens wisten hoeveel ze verdienden. Henk heeft wisselende inkomsten door overwerk en Nel verdient af en toe wat bij door schoon te maken. Op 29 januari staat in de kolom ‘Inkomsten’ een post die ook wat toelichting behoeft: ‘Belastingteruggave’. Deze belasting-teruggave wordt positief geboekt in de kolom inkomsten. Ook betalingen van belasting worden opgenomen in de kolom inkomsten, maar dan negatief.

Veranderen en bijstellen van categorieën Na een aantal maanden zal meestal blijken dat de indeling niet helemaal aan de verwachtingen voldoet. Bepaalde categorieën worden zo weinig gebruikt dat ze beter samengevoegd kunnen worden, en andere kunnen juist beter worden onderverdeeld.

Aan de hand van het voorbeeld van Henk en Nel kunnen al enkele conclusies getrokken worden over de categorieën. Vooral de kolom diversen valt op. Het totaalbedrag is bijna twintig procent van de totale uitgaven. Door toevoeging van de kolommen ‘abonnementen/tijdschriften’, ‘cadeaus’ en ‘uitgaan’ ontstaat een beter beeld van hun uitgavenpatroon.

Hun kolom voeding zou ook gesplitst kunnen worden. Dit vereist wel wat discipline, omdat nu eenmaal veel zaken tegelijk bij de supermarkt worden aangeschaft. Je moet dan direct na de aankoop aantekeningen maken, anders loop je kans dat je er achteraf niet meer uitkomt.

Als zich de noodzaak tot verandering van categorieën voordoet, schroom dan niet om de indeling te verbeteren. Het gaat er immers alleen maar om een zo getrouw en informatief mogelijk beeld te maken van je eigen gedragspatroon. De enige reden dat je niet te veel moet veranderen is, dat je daardoor naderhand minder goed kunt vergelijken. Het aantal categorieën dat je kunt kiezen is in principe onbeperkt, maar het moet natuurlijk wel werkbaar blijven. Het hangt sterk af van je behoeften en de manier waarop je het maandelijkse overzicht gaat maken. Naar aanleiding van onze ervaringen en die van cursisten volgen hier nog enkele voorbeelden van categorieën en onderverdelingen.

Voedsel’ Voedsel’ (of‘Voeding & Drank’, zoals in het schema van Henk en Nel) komt in ieders indeling voor. Waarschijnlijk nuttig je het meeste thuis. Ander voedsel koop én consumeer je buitenshuis in restaurants, snackbars langs de weg of op stations. Dan is het misschien handig om een aparte categorie te maken voor die kosten, of ze op te nemen onder de categorie ‘Uitgaan’. Dat kan ook gelden voor lunches op je werk. Als dat een redelijk grote kostenpost is, neem hem dan apart op. Na een maand weet je eindelijk precies wat je uitgeeft aan die gezellige bezigheid met je collega’s; schrik niet! Misschien is het ook nuttig om een beeld te krijgen van de kosten van de hapjes die je iedere avond voor de tv nuttigt. Kortom, maak een indeling die bij jou past.

Ingrid: 'Ik had en heb er behoefte aan echt alles over mijn uitgavenpatroon te weten te komen. Daarom maak ik van alles en nog wat categorieën. Aan een oud tabellarisch kasboek dat ik op de kop tikte plakte ik extra uitklapvellen om alles kwijt te kunnen. Een rubriek voor tandpasta en tandenborstels, een andere voor inlegkruisjes en maandverband, eentje voor voedsel voor mijn hond, en ook een aparte voor coca cola. Toen ik zag dat ik alleen al voor cola twintig gulden per maand uitgaf, ben ik daarmee gestopt.’

Hanneke: ‘ln het begin maakten we één rubriek voor voeding en alles wat je bij de kruidenier ofsupermarkt kunt kopen. Daar viel dus ook wasmiddel, zeep, tandpasta, wc-papieren wijn en bier onder. Na een aantal maanden beviel deze indeling niet meer, omdat ik de post vrij hoog vond en het vermoeden had dat dit vooral door de alcoholische versnaperingen kwam. We zijn toen een aparte rubriek “drank”gaan bijhouden.’

Kleding Vaak is één categorie ‘Kleding’ niet genoeg. In gezinnen met man, vrouw en kinderen ligt het voor de hand om verschillende categorieën te hanteren. Maar ook als je een boekhouding voor jou alleen voert of als er geen kinderen zijn, kan een onderverdeling nuttig zijn. Bijvoorbeeld voor kleding die speciaal voor je werk is aangeschaft of als je relatief veel besteedt aan kleding voor een hobby. Misschien is het beter om kleding dan onder de categorie ‘Hobby’ op te nemen. Het maakt niet uit hoe, als de indeling maar bij jou past. En als je hem vanaf het moment dat je hem maakt, maar consequent hanteert.

Mia wist al heel lang dat ze kleding niet kocht omdat ze het nodig had, maar om zich te troosten. Haar kasten lagen er vol mee. Zelfs had ze kleding soms direct nadat ze thuiskwam in de vuilnisbak gegooid, omdat ze niet wilde dat haar man erachter kwam. Ze was er al voor in therapie geweest en wist dat ze niet de enige was met deze ‘afwijking’. Koopverslaving heet dat. Zij maakte een aparte categorie voor deze kleding en kwam erachter hoeveel haar 'troost’ kostte.

Cadeaus Uit vele maandoverzichten blijkt dat de categorie ‘Cadeaus’ een aanzienlijke aanslag doet op het gezinsbudget. Daar is gemakkelijk verandering in te brengen. De eerste stap is ook hier weer om een volledig beeld te krijgen van de kosten waar het om gaat.

Robert: 'We hadden een gezamenlijke rubriek voor cadeaus en giften.

Dat leek ons niet zo gek, omdat in beide gevallen het geld niet voor onszelf werd besteed. Met giften bedoel ik bijdragen aan milieuorganisaties, ontwikkelingsprojecten en dergelijke. Toch bleek het niet handig.

De post was tussen de vijf- en zeshonderd gulden per maand. Nadat we hem splitsten werd duidelijker waar het geld naar toeging. Over de hoogte van de post cadeaus waren we beiden niet tevreden. Het was een uitdaging om die naar beneden te krijgen.’

Controle van de saldi

Tijdens het boeken is het aan te raden regelmatig de kas op te maken. Dat wil zeggen dat je nagaat of de inhoud van je portemonnee klopt met het saldo dat je kunt berekenen aan de hand van je kasboek of maandoverzicht. Hier komen we op een belangrijk punt. Vooral als je begint met het bijhouden van je (dagelijkse) kasboek is het goed om regelmatig de kas op te maken. Bij het begin van de maand bereken je je saldo. Dat is het bedrag dat je op dat moment precies aan contant geld in huis hebt in je portemonnee of waar dan ook.

Als je je kasboek een aantal dagen hebt bijgehouden kun je nagaan hoeveel je hebt uitgegeven en wat je contant hebt ontvangen. Met een eenvoudig sommetje bereken je het nieuwe saldo, bijvoorbeeld:

saldo I januari    € 121,SO

opgenomen (giromaat) € 100,-

+